ADHD en Ritalin.

Toeval of niet?

De afgelopen weken ontmoette ik drie mannen die, sprekend over hun kinderen, de term ADHD lieten vallen. Telkens ging het om een zoon. “Tsja, de jongste gaat niet zo goed op school, hij is een ADHA’er.” “De middelste was thuis niet te harden. ADHD’ertje he?” “Die van dertig zit al jaren thuis. Hij wordt als ADHD’er overal ontslagen”

Telkens werden de zonen niet omschreven als mensen die last hadden van een ongemak, maar simpelweg als ADHD’er. De ziekte is een identiteit geworden.

Ziekte? ADHD is geen ziekte, maar een beschrijving van gedrag. Er is geen aanwijsbare medische oorzaak. Wie in een test scoort op symptonen als ongeconcentreerd, druk en beweeglijk, heeft het.” Ongelooflijk veel kinderen hebben het. In sommige schoolklassen de helft, vooral jongens.

Hoewel van ziekte geen sprake is, is er een effectief geneesmiddel: Ritalin.

Het bestrijdt niet de oorzaken van het gedrag- welke dat ook zijn- maar onderdrukt de symptonen. “Drukke” kinderen worden op slag rustiger. Het wondermiddel is zo verbluffend dat de verleiding voor ouders en leerkrachten wel erg groot is om aan te dringen op medicatie. De pharmaceutische industrie is blij met die miljoenen slikkers. Onbekend is welke effecten dat jarenlange pillen slikken op den duur heeft.

Er is de laatste tijd veel kritiek op epidemische toename van ADHD. Toch twijfelt niemand aan het bestaan van de symptonen. We kennen allemaal kinderen die geen seconde op hun stoel blijven, niet lijken te kunnen luisteren en niet langer dan twee seconden zijn geboeid door speelgoed. Jongens, vooral, die zich rollebollend, schreeuwend en vechtend een weg banen over het schoolplein.

We kennen ook hun ouders, machteloos, vermanend in de supermarkt en hun zuchtende juf, die de stoorzenders op de gang zet. Begrijpelijke wanhoop.

Vorig jaar was Laura Batstra, een psychologe die haar baan in de kinder-jeugdzorg psychiatrie opzegde, omdat zij zich stoorde aan het gemak waarmee kinderen de diagnose ADHD krijgen opgeplakt.

“ADHD zegt iets over de daadkracht en tolerantie van de sociale omgeving van het kind, zei ze in Trouw. Nog verder ging kinderpsychiater Sjef Teuns oprichter van de medische dagverblijven, dus niet iemand die gedragsproblemen onderschat. Hij noemde ADHD “een waandiagnose, die de werkelijkheid verdoezelt”. “Als je niet netjes in de maat loopt, zegt Teuns, “krijg je Ritalin”

En nu is er historica Angela Crott, die een boute bewering over ADHD de wereld in slingert, “Het diagnosticeren van drukke jongens als ADHD’er is impulsief en opschepperig. Wat een eeuw geleden nog als kwajongensgedrag werd beschouwd, heet nu hinderlijk. Dat ging sluipenderwijs.

Voor 1945 was de jongen nog een “erfprins des hemels” die nadat hij was uitgeravot een degelijke kostwinnaar moest worden. Na de oorlog, toen de bevolking in de steden toenam en het ouderlijk gezag taande, werd baldadigheid van jongens (nozems!) vaker als overlast ervaren. De feministen in de jaren 70 bestempelden jongensgedrag als “agressief”. Vanaf de jaren 80 werd gedrag steeds vaker in psychologische termen beschreven, waardoor er vanzelf meer “afwijkingen” ontstonden. Bovendien kwamen er meer eenoudergezinnen en stonden er minder mannen voor de klas, waardoor veel jongens een mannelijk rolmodel misten. De nadruk, op school, op zelfstandig werken en zelf-reflectie deed de rest: jongens gingen slechter presteren. de ideale jongen is tegenwoordig een meisje; de echte jongen een ADHD’er.

Mooie historische analyse, die goed aansluit bij wat opvoedingsdeskundigen als Louis Tavecchio, Martine Delfos en Micha de Winter erover hebben geschreven. Het wordt nu tijd voor oplossingen en maatregelen. Red de jongen, hij is het waard

Stuk uit de Volkskrant van Ijs en Weder Aleid Truijens

Share This